free web hosting | free hosting | Business Web Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting
Kooikerhondje

Rasbeschrijving:
Het Kooikerhondje is nog niet zo heel lang een erkend ras in Nederland. Het ras hielp de kooiker in de eendenkooi bij het vangen van de eenden. Op bevel liet het dier zich even zien midden in de kooi en moest zich vervolgens weer terugtrekken achter de rietmatten. Aangezien eenden van nature heel nieuwsgierig zijn komen deze te voorschijn en zwemmen in zijn richting. Het is een prettig ras dat gelukkig steeds meer op de Nederlandse tentoonstellingen te zien is.


Kenmerken:
Algemeen: Bijna kwadratisch ogende hond, lengte van het lichaam iets meer dan de hoogte. Het lichaam heeft een diepe borst, voldoende gewelfde ribben en rechte en sterke rug. Middelmatig lange benen met goed bot. Vrij korte hals, recht en goed gespierd.
Kleur:
Wit met oranje platen: de kleur moet overheersen. Witte doorlopende bles en zwarte punten aan de oorharen gewenst.
Hoofd en schedel:
Voldoende brede schedel, matig gewelfd. Lengte van de schedel en snuit ongeveer gelijk. Duidelijke stop, niet te diep. Snuit niet te diep, bij de jukbeenderen goed gevuld. Amandelvormige ogen, donkerbruin met vriendelijke uitdrukking. Matig grote oren, hangend. De oorharen zijn lang, bij voorkeur met zwarte punten (oorbellen). Schaargebit.
Staart:
Lang, reikend tot de sprong, horizontaal tot vrolijk gedragen.
Voeten:
Klein en gesloten.
Beharing:
Middelmatig lang, licht golvend, niet te fijn. Goede ondervacht. Korte beharing op het hoofd, voorkant benen en onder de sprong.
Schofthoogte:
Reu en Teef ongeveer 35 - 40 cm.


Aard:
Het kooikerhondje is een lief, vrolijk en pittig hondje, attend en intelligent, dat in hoge mate bereid is om voor de baas te werken. Hij is goed waaks, maar slaat alleen aan als er reden voor is. Het kooikerhondje is gevoelig voor lawaai en harde woorden. hij is geen allemansvriend en is aanvankelijk terughoudend tegenover vreemden, kinderen en andere honden. Afhankelijk van het temperament zal hij vluchten of grauwen als hij zich onzeker voelt. Heeft hij iemand geaccepteerd dan is er een vriendschap voor het leven gesloten. Van huis uit is het kooikerhondje een werkhondje: assistent van de kooibaas, bewaker van huis en erf, verdelger van muizen, mollen en ratten. Dat houdt in dat hij veel beweging nodig heeft. Een hond die veel thuis zit en niet verder komt dan de eigen tuin, al is die nog zo groot, wordt geestelijk en lichamelijk tekort gedaan. De eigenaar moet intelligentie van het hondje, zijn opmerkzaamheid, zijn werklust en de sterke band met de baas uitbuiten, door veel met de hond bezig te zijn. Hoewel er tegenwoordig nog steeds kooikerhondjes zijn die in de eendenkooi hun werk verrichten, zullen de meeste hondjes daar niet aan toe komen. In vorm van spel, cursussen op gebied van gedrag, gehoorzaamheid en behendigheid, speuren en zoeken zal "plaatsvervangend" werk gezocht moeten worden. Samen iets ondernemen met de baas is zijn lust en leven.

Verzorging:
De vacht kan goed tegen vocht en houdt weinig vuil vast. Het onderhoud is gemakkelijk; regelmatig borstelen met een goede haarborstel houdt de vacht in prima conditie en het huis redelijk haarvrij. Sobere voeding, van goede kwaliteit, zorgt voor een slanke gespierde hond, die graag gemakkelijk beweegt.



Opvoeding:
Het gevoelige, intelligente kooikerhondje heeft meestal geen harde stem of hand nodig, maar wel een heel consequente aanpak en besliste leiding, waardoor het natuurlijk overwicht van de baas over de hond duidelijk wordt. De hond zal dit overwicht graag aanvaarden en dat voorkomt dat de jonge of volwassen hond zelf regelend, en dat is met de bek, gaat optreden. Zonder leiding van de baas zou het kooikerhondje zeer dominant kunnen worden. Zo'n regelkees is meestal een reu, maar er zijn ook regelende 'mientjes'.

Sociale aanleg:
De sociale aanpassing begint al met 3 weken in het nest; de periode van 6 tot 16 weken is de belangrijkste voor de sociale ontwikkeling van de hond, en ook de tijd waarin de hond het snelst iets leert (inprentingsfase). Voor het eenkennige kooikerhondje is een goede socialisering van levensbelang: een hond die zich veilig voelt en zelfvertrouwen heeft, is een hond die je kunt vertrouwen. Daarom moet de baas zorgen voor een 'verrijkte' omgeving (als het goed is heeft ook de fokker daar aan gewerkt) zodat het hondje went aan onze menselijke samenleving.
Zorg voor veel plezierige contacten met kinderen, volwassenen, honden, andere dieren. Laat hem wennen aan huis-, tuin-, keuken- en straat geluiden. Betrek de pup in de begroeting van gasten, haal kinderen en bevriende honden in huis of neem de pup mee naar plaatsen waar die te vinden zijn. Neem de pup niet in bescherming als hij angst of vluchtgedrag toont, maar laat als roedeldier zien dat er niets aan de hand is. Anders dan bij een mensenkind heeft een pup slechts ruim een jaar nodig om volwassen te worden en in dat jaar zal zijn karakter gevormd worden.
Naar de fokker is het de eigenaar die verantwoordelijk is voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de hond die hij zich heeft aangeschaft. Alleen hij kan hem dan doen uitgroeien tot een gezonden, evenwichtige huisgenoot, die alle geinvesteerde tijd en energie straks met rente terug geeft.



Beweging:
Een kooikerhondje is een werkhondje. Een hond die teveel thuis zit, vaak alleen is, niet verder komt dan de eigen tuin, al is die nog zo groot, drie keer per dag hetzelfde ommetje moet maken, komt geestelijk en lichamelijk tekort. Hij krijgt te weinig gelegenheid zijn spieren te gebruiken, initiatieven te nemen en geurindrukken op te doen ( een hond is voor alles een reukdier).
Een hondenleven duurt relatief kort: 10-14 jaar, en het is de baas die ervoor moet zorgen dat het een hondwaardig bestaan is.