|
|
Rasbeschrijving:
De stamvader van de Duitse Jachtterrier is de "OLD"
Engelse Terrier, die werd ingekruist met kort- en ruwharige
Foxterriers. Het is een nog jong jachthondenras dat pas in
1927 haar intrede deed. In Nederland is het nog een vrij onbekend
ras. De Duitse Jachtterrierclub hanteert een speciaal reglement
voor de werkproeven die deze rashonden moeten afleggen. Tot
de fokkerij worden alleen die honden toegelaten, die de werkproeven
goed hebben afgelegd.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
Een middelmatig grote, stoer uitziende hond met een sterk
gestel. Een diepe, goed gebogen borst en een sterke, rechte
rug, die redelijk lang is. Gespierde lendenen en een sterk
gespierd kruis. Een gebogen, sterke hals die niet uitzonderlijk
lang is. De hals loopt vanaf de schouders smaller toe naar
boven. Lange, schuin staande schouders, rechte en goed gespierde
benen. De middenvoet staat iets schuin. De achterhand vertoont
mooie hoekingen en is stevig en gespierd. De sprongen zijn
laag.
Kleur: De hoofdkleuren zijn zwart, zwart
vermengd met grijs, en donkerbruin met lichtere aftekeningen,
verder bruinrood geel op de snuit, wenkbrauwen, borst, benen
en de anus. Het masker is donker of licht. Een fractie wit
op de borst en de tenen is toegestaan.
Hoofd en schedel: Een platte schedel die
bovenop breder is tussen de oren en weer smaller toeloopt
tussen de ogen. Een zeer lichte stop. Vanaf de achterhoofdsknobbel
tot aan de stop gemeten, is de snuit korter dan de schedel.
De snuit is stevig en de wangen duidelijk zichtbaar. De onderkaak
is stevig met een goed geaccentueerde kin. De neus is zwart
bij zwarte honden en bruin of zwart bij bruine honden. Gebit:
een scharend gebit met buitengewoon sterke tanden en kiezen.
Oren: hoog aangezet en V-vormig, iets schuin naar voren vallend
en lichtjes tegen de zijkanten van het hoofd gedragen. Ogen:
klein van formaat en donker van kleur. Zij liggen diep in
de oogkassen, het geheel toont een vastberaden uitdrukking.
Staart: Normale aanzet en horizontale dracht,
de staart mag niet te hoog worden gedragen.
Voeten: Geen kattevoeten, vaak zijn de achtervoeten
kleiner dan de voorvoeten.
Beharing: Zowel kortharig als ruwharig. De
beharing is hard en grof en zeer dicht.
Schofthoogte: niet hoger dan 40 cm.
Gewicht: reuen 9-10 kg en teven 7,5-8,5 kg.
|
.jpg) |
|
|
Karakter - Eigenschappen
- Opvoeding:
Hij moet kalm zijn, evenwichtig, vol zelfvertrouwen, oplettend,
volgzaam en moedig, en hij moet een gestaald karakter en een
vechtinstinct hebben. De Duitse Herder is gehoorzaam, altijd
loyaal en hij heeft een uitstekend reukvermogen. Hij is levendig,
vrolijk, trouw en zeer goed te trainen omdat hij graag gehoorzaamt.
Verzorging:
Vroeg beginnen met opvoeden is van vitaal belang. Dit is een
actieve hond, die ruimte en beweging nodig heeft, maar die
in een flat in de stad kan leven als hij maar zijn dagelijkse
wandeling krijgt. Hij houdt er niet van om alleen te zijn
en hij kan er niet tegen om de hele dag opgesloten te zijn.
Twee keer per week borstelen is nodig. Het is verstandig om
niet een al te opgewonden of een angstige puppy uit een nest
te kiezen, omdat die agressief zou kunnen worden.
|
|
Gebruik:
Bovenal een werkhond: Vee- en schapenhouder. Legerhond. Spoorzoeker.
Reddingshond. Waakhond. Blindengeleiding. Loyale en aanhankelijke
gezelschapshond
Beweging:
Dit ras is alleen maar als huishond te houden als hij zeer
goed is afgericht, anders is hij bijna niet te handhaven.
Hij heeft zeer veel beweging nodig in het open veld. Het is
een zeer druk en beweeglijk ras, wat uitsluitend is gefokt
op zijn perfecte jachteigenschappen en zijn scherpte. Op jachtgebied
zijn zij allround en ondergronds werk is hun specialiteit.
Hun natuur grenst aan het bloeddorstige en als zij eenmaal
een prooi te pakken hebben, laten zij die nooit meer los,
of het nu een wild zwijn is, een vos of een knaagdier.
|
.jpg) |
|
|