|
|
Rasbeschrijving:
Dit is een van de bekendste rassen van de wereld. De eerste
honden stammen af van dieren die gebruikt werden om schaapskudden
te beschermen tegen wolven. De Bronshonden (dan moeten we
20.000 jaar de oudheid in) waren eigenlijk te klein voor deze
taak en werden daarom gekruist met de wolf. Naderhand bleken
deze dieren te groot en uit de kleinere nakomelingen ontstonden
uiteindelijk deze herdershonden. De Duitse ritmeester Von
Stephanitz heeft veel invloed gehad op de huidige Duitse herder.
Hij verbeterde het karakter en uiterlijk van dit ras. In 1891
werd de standaard opgesteld voor dit ras.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
De Duitse Herdershond oogt harmonieus. Vrij lang lichaam,
sterke botten en goed gespierd. Diepe niet te brede borst
met licht gewelfde ribben. De rug loopt naar het kruis toe
licht af. Benen zijn niet te lang. Middelmatig lange hals
zonder keelhuid.
Kleur: Eenkleurig zwart, ijzergrauw, of deze
kleuren met bruine tot grauwwitte aftekeningen, wolfskleur.
Hoofd en schedel: Hoofd is in harmonie met
de grootte van de hond. Het is lang, droog en goed gesneden.
Van achteren is de schedel breed, smaller wordend naar de
neus toe met slechts een lichte stop tussen de ogen. Diepe
voorsnuit, snuit krachtig en lang. Amandelvormige ogen en
liefst donker van kleur. Grote en staande oren. Schaargebit.
Staart: Reikend tot aan het spronggewricht.
In rust hangt de staart met een bocht omlaag, onder spanning
hoger gedragen, echter nooit hoger dan de ruglijn gedragen.
Voeten: Kort en rond.
Beharing: Dicht, recht, hard, stokharig en
goed aanliggend.
Schofthoogte: Reu: 60 - 65 cm, Teef: 55 -
60 cm.
|
.jpg) |
|
|
Aard:
Zeer intelligent en leergierig, gehoorzaam, sociaal, vriendelijk,
temperamentvol, attent, waaks en beschermend, moedig, zelfbewust,
aanhankelijk, onvoorwaardelijk trouw aan zijn baas en diens
gezin.
Verzorging:
De vacht van deze hond heeft relatief weinig
verzorging nodig. Met name in de ruiperiode kan het zogenaamde
herderharkje goed van pas komen voor de dode of losse haren
te verwijderen.
|
|
Opvoeding:
De Duitse Herder is in de hele wereld de meest gebruikte blindengeleidehond,
lawinehond, speurhond, waak– en verdedigingshond en
politiehond. Voor gehoorzaamheidsproeven slagen de meeste
met lof. Het is eigenlijk onnodig te vertellen dat dit ras
veel mogelijkheden biedt. De hond wil graag van u leren, is
intelligent en leert relatief snel. Werk veel met uw stem.
Het overgrote deel van de Duitse Herder aanbidt zijn baas
en heeft behoefte aan contact. Wanneer u dus weinig tijd hebt,
doet u er verstandig aan geen Duitse Herder aan te schaffen.
In zijn land van oorsprong wordt de Duitse Herder nog steeds
ingezet als herdershond bij de kudde.
Sociale aanleg:
De Duitse Herdershonden
kunnen,mits ze goed gesocialiseerd zijn, prima overweg met
soortgenoten, andere dieren en kinderen, maar ongewenste bezoekers
worden tot staan gebracht. Van nature zijn deze herdershonden
erfvast, wat betekend dat ze geen neiging hebben tot weglopen.
|
.jpg) |
.jpg) |
Beweging:
Mensen die Duitse Herders als huishond houden, gaan nogal eens
voorbij aan het feit dat ze graag werken voor hun baas. Het
doet geen goed als u hem louter en alleen voor de gezelligheid
in huis houdt en hem geen enkele bezigheid biedt. Sluit u daarom
aan bij een kynologenvereniging of een kringgroep van Duitse
Herdershonden. Daar leert de hond iets over behendigheid, gehoorzaamheid,
africhting, speuren of wat dan ook, zodat hij lichamelijk en
geestelijk gezond blijft. Voor alle grote honden, en ook voor
de Duitse Scheper, geldt dat een jonge hond tijdens de groeifase
al zijn energie en bouwstoffen nodig heeft voor de ontwikkeling
van botten pezen en spieren. Onherstelbare schade kan veroorzaakt
worden doordat de hond in deze periode te zwaar belast wordt,
en dat geldt ook voor te veel of kwalitatief slecht voedsel.
Duitse Herders kunnen zeer goed gehouden worden in een buitenkennel,
mits ze voldoende beweging en aandacht krijgen. |
|
|