|
|
Rasbeschrijving:
De Chow Chow is een oud Chinees ras, gehouden als huis-, waak-
en jachthond. Mogelijk is de naam ontleend aan de Choo Jachthond.
De Chow Chow behoort tot de Keeshondenfamilie die al meer
dan 2000 jaar bestaat. Zonder twijfel is dit een van de oudste
hondenrassen die bestaan. In oude kronieken, zelfs uit de
11e eeuw voor Christus werden beschrijvingen gevonden van
de Tartarenhond of buitenlandse Chow, waarin de unieke eigenschappen
van deze hond zijn te herkennen. Overigens komt in het boek
Chinese Pottery of the Han Dynastie van Berthold Laufer ook
een hond voor die kenmerkende vormen van de Chow Chow vertoont.
Deze hond had ook de compacte bouw, stompe snuit, kleine staande
oren en fraai gebogen nek, de bijzondere hoog aangezette en
over de rug gedragen staart en de steile achterbenen. Volgens
de auteur van dit boek stamt het beeldje dat wordt beschreven
uit de Han periode van 150 jaar voor Christus. De huidige
Chow ziet er leeuwachtig uit en is bekend vanwege zijn blauwe
tong. Chow Chows zijn nagenoeg reukloos. De Chow Chow is een
bijzonder aanhankelijke hond. De Chow Chow is een aanhankelijk
en trouw dier, maar een typische eenmanshond. Hier dient men
dus rekening mee te houden. Hij zal niet gauw uit zichzelf
gaan vechten, maar indien uitgedaagd staat hij zijn mannetje.
Er bestaat een langharige en een kortharige variant van de
Chow, die alleen qua vachtstructuur verschillen. De Chow heeft
een opvoeding met zachte hand nodig. De ene Chow zal gehoorzaamheidsoefeningen
leuker vinden dan de andere, en dit is iets dat u zult moeten
accepteren.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
De Chow Chow is een levendige hond, actief. Hij is
kort gebouwd, met goed skelet. De hond moet compact gebouwd
zijn, goed evenredig en leeuwachtig in verschijning. Het lichaam
is kort, met brede en diepe borst. Ribben zijn flink gewelfd,
maar niet tonvormig. Rug is kort, sterk en recht. De voorbenen
zijn volmaakt recht, middelmatig lang en met goed beendergestel.
Schouders gespierd en schuin geplaatst. De achterbenen zijn
gespierd, de spronggewrichten laag geplaatst en met minimale
hoekingen. Deze steilheid is nodig om de karakteristieke steltengang
te verkrijgen. Vanaf de hakken naar beneden moeten de benen
er recht uitzien, de spronggewrichten mogen nooit naar voren
doorbuigen. Krachtige lendenen. Sterke, volle en niet te korte
hals, goed op de schouders geplaatst en licht gebogen.
Kleur: Eenkleurig: zwart, rood, blauw, reekleurig,
creme of wit, maar niet gevlekt of bont (de onderkant van
de staart en achterkant van de dijen veelal lichter van kleur).
Hoofd en schedel: De schedel is vlak en breed. De
stop is niet uitgesproken. Onder de ogen goed opgevuld. De
snuit is middelmatig lang, breed van de ogen tot het einde.
De neus is altijd groot en breed en meestal zwart van kleur
(behalve bij de creme of bijna witte honden waarbij de neus
lichter mag zijn, of blauwe en reekleurige honden waarbij
de neus dezelfde kleur zal hebben). De ogen zijn donker en
amandelvormig, tamelijk klein en droog. Bij blauwe en reekleurige
honden mag de oogkleur passen bij de vachtkleur. Een hond
met een wat groter oog, droog en vrij van entropion (naar
binen krullen van de oogranden) mag nooit worden achtergesteld
bij een hond met kleine ogen. De oren zijn klein, dik en aan
de punt licht afgerond. Stijf gedragen en ver uit elkaar geplaatst,
doch goed naar voren hellend boven de ogen en licht naar elkaar
toe neigend gedragen. Deze oordracht geeft de hond een fronsende
uitdrukking die nooit verkregen mag worden door losse rimpels
op het hoofd. De tanden zijn sterk en gelijk. Kaken krachtig.
Blauwzwarte tong en zwart verhemelte. Schaargebit.
Staart: Hoog aangezet en goed over de rug gedragen.
Voeten: Klein en rond, katvoeten, goed op de tenen
staand.
Beharing: Langharige:overvloedig, rijk, dicht, recht
en uitstaand. Het bovenhaar van tamelijk grove structuur,
met zacht wollig onderhaar. Vooral rondom de hals een rijkere
beharing, die manen of kraag vormen. Tevens goed behaarde
broek aan de achterkant van de dijbenen.
Kortharige: vacht kort, overvloedig, dicht, recht
en overeind staand, niet vlak liggend, maar plucheachtig.
Schofthoogte: Reu: 48 - 56 cm, Teef: 46 - 51 cm
|
.jpg) |
|
|
Aard:
Attend, eigenzinnig, rustig en waardig, onhafhankelijk, redelijk
actief, dominant, waaks, moedig, hard voor zichzelf, karaktervol.
Verzorging:
De Chow-Chow moet regelmatig goed doorgeborsteld worden, met
name op plaatsen waar klitten kunnen ontstaan. Wen de hond
al op jonge leeftijd aan dit riteeul, zodat dit later, als
de hond groter en sterker is, niet ontaardt in een machtstrijd
|
|
Opvoeding:
De toekomstige eigenaar moet een rustige persoon zijn die
evenwichtig van aard is en van nature overwicht uitstraalt.
Bij zo'n eigenaar zal de Chow Chow zich het beste kunnen ontplooien.
Verwacht van deze hond geen wonderen op het gebied van gehoorzaamheid-zijn
eigenzinnigheid en koppigheid zijn hem aangeboren. Natuurlijk
kunt u Chow het best een en ander leren, hij is tenslotte
niet dom. Het punt is echter dat hij zelf het nut van commando
moet leren inzien. Belangrijkis dat u altijd consequent blijf.
Er wordt van het kortharig ras gezegd dat het actiever is
en sneller leert dan de langharige familieleden.
Sociale aanleg:
De meeste Chow-Chows
zijn wat dominant ten opzichte van andere honden. Met kinderen
daarentegen kunnen ze over het algemeen goed overweg. Wen
ze al vroeg aan katten en andere huisdieren, dat voorkomt
problemen. In het gezelschap van vreemden gedraagt de Chow
Chow zich wat gereserveerd.
|
.jpg) |
.jpg) |
Beweging:
Dit ras heeft niet erg veel lichaamsbeweging nodig, maar is
wel graag buiten. Zorg er in de zomer voor dat de hond een koele
plaats heeft waar hij zich terug kan trekken. Hij houdt namelijk
niet zo van warmte. |
|
|