|
|
Rasbeschrijving:
Het ras komt uit de Schotse Hooglanden. Cairn Terriers werden
gefokt voor de jacht op otters, vossen en dassen. "Cairns"
zijn stapels stenen in de rotsen waarin terriers wegvluchtend
wild moesten volgen. Het is een aanhankelijk en moedig hondje
met weersbestendige vacht. Het is zelden weerspannig en vormt
een ideale gezinshond.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
Actief, moedig, sterk en ruigharig van uiterlijk. Stevig en
compact gebouwd. Staat goed op de voorbenen, sterke achterhand,
diepe borstkas. Vrije beweging. Belangrijk kenmerk is het
vosachtige uiterlijk. Het lichaam is compact met sterke, middelmatig
lange rug. Borst is diep. Benen tamelijk kort met zwaar bot.
Niet te korte hals.
Kleur: Rood, zandkleurig, grijs gestroomd.
Donkere oren en snuit zijn kenmerkend.
Hoofd en schedel: Het hoofd is breed in verhouding
tot de grootte. Stop is duidelijk aangegeven. Snuit is niet
al te lang. Kaken zijn sterk en niet te zwaar. Het haar op
het voorhoofd is weelderig. Boven- of onderbijten niet toegestaan.
Diepliggende, matig grote ogen, donker hazelnootkleurig. De
oren zijn klein en puntig (prikoren).
Staart: Kort, goed van haar voorzien maar
niet bevederd. Vrolijk gedragen, maar niet over de rug.
Voeten: Voor iets groter dan achter, draaien
iets naar buiten.
Beharing: Overvloedig, hard bovenhaar en
kort, dicht zacht onderhaar.
Schofthoogte: Reu en Teef: 28-30 cm.
|
.jpg) |
|
|
Karakter:
De Cairn Terriër is een geliefde gezelschapshond geworden.
Dit vrolijk baasje bruist van energie en heeft een moedig
karakter. Hij is erg graag bij ´zijn´ baas en
dat kan soms op jaloezie uitdraaien. Hij houdt steeds contact
met degenen waar hij van houdt. Terriërs reageren algemeen
hevig op kinderen en worden af en toe zelfs bijterig. Deze
Cairn Terriër kan juist goed met kinderen overweg. Ze
verdragen veel van hen en hij is een echte speelkameraad.
Toch is socialisatie van kleinsafaan belangrijk zoals bij
elk ander ras. Deze hond is erg zelfbewust en heeft het eigenwijs
karakter dat typisch is voor de Terriërs. Het is een
echte held in het uitvinden en uitsteken van kattekwaad. Hij
is immers erg nieuwsgierig en slim. Zeer belangrijk is daarbij
de opvoeding, die kordaat maar met veel liefde moet gebeuren.
Ze zijn erg gehoorzaam maar ze moeten er zin in hebben. De
Cairn Terriër kan vaak de gezonde leeftijd van 14 jaar
behalen.
Verzorging:
De Cairn Terriër heeft een dichte warrige vacht die regelmatig
op de aanwezigheid van parasieten moet gecontroleerd worden.
De vacht wordt makkelijk verzorgd met af en toe een borstelbeurt
en een drietal keer per jaar een trimbeurt. Oren, ogen en
tevens ook de nagels moeten goed onderhouden worden, d.w.z.
zuiver gemaakt en geknipt indien nodig.
|
|
Opvoeding:
Cairnterriërs hebben een liefdevolle, doch heel consequente
opvoeding nodig. Puppystreken kunnen best grappig zijn, maar
wat je je pup niet verbiedt zal je hond blijven doen als hij
volwassen is. Houdt er ook rekening mee dat Cairns 'aardhonden'
zijn, graven is hun langste leven. Geef ze dus een plaatsje
in de tuin waar het mag, of verbied het onmiddellijk. Doordat
de Cairn zo intelligent en leergierig is kan hij best uitmuntende
resultaten behalen op een cursus gehoorzaamheid, zijn eigenzinnige
aard echter leidt soms tot het tegendeel. Eis dus steeds dat
hij een bevel dat hij kent onmiddellijk en correct uitvoert.
Sociale aanleg:
Cairns zijn zeer toegewijd
aan hun baas en zijn gezin en, aangezien ze wel tegen een
stootje kunnen, een echt speelmakkertje voor de kinderen.
Als ze van jongs af aan geleerd hebben met katten of andere
huisdieren om te gaan geeft dit geen problemen. Ook met andere
honden kunnen ze goed overweg, alhoewel sommige dominante
Cairns op hun strepen willen staan. Ze zijn alert en waaks
tegenover vreemden, maar niet agressief.
|
.jpg) |
.jpg) |
Beweging:
Het woord 'kernernergie' is zeker van toepassing op deze honden!
Ze moeten geestelijk en lichamelijk kunnen 'stoom af laten'.
Zorg er voor dat ze de ruimte hebben om lekker te rennen en
spelen. Een dagelijkse wandeling is zeker geen overbodige luxe.
Let er wel op dat u ze al vroeg leert terug te komen op bevel,
want in bos of veld zou hun jachtinstinct ervoor kunnen zorgen
dat ze er vandoor gaan.
|
|
|