|
|
Rasbeschrijving:
De Beauceron of herdershond van Beauce komt niet uit de streek
van Beauce, maar die van Brie in Frankrijk. De Beauceron werd
door boeren en herders gebruikt als veehoeder en waakhond.
Het ras is reeds enkele honderden jaren bekend in Frankrijk,
maar kreeg zijn naam pas in 1863. De hond werd op de eerste
Parijse hondententoonstelling aangezien voor kortharige Briard.
Hoewel het waarschijnlijk is dat beide rassen verwant zijn,
lijkt de Beauceron reeds langer te bestaan. Het ras werd verbeterd
door kruisingen met de Deerhound die in de 13e eeuw door Belgische
fokkers uit Engeland werd meegebracht. Tot de vorige eeuw
onderscheidde men nog twee varieteiten van de Beauceron, de
langharige en kortharige varieteit. Naderhand is een homogene
Beauceron ontstaan en is het ras qua uiterlijk en karakter
gestabiliseerd. De Beauceron is een natuurlijke herdershond
waarvan de laatste jaren het karakter sterk is verbeterd.
Het ras is een prima werkhond en een uitstekende politiehond.
Let op dat het dier niet te fel wordt! |
|
Kenmerken:
Algemeen:
De Beauceron is een grote hond, stevig en krachtig gebouwd.
Het lichaam heeft een brede en diepe borst. De rug is recht
en sterk. De buik is niet opgetrokken. Benen tamelijk lang
en zwaar van bot. De achterbenen hebben een dubbele Hubertusklauw.
Vrij lange hals.
Kleur: Zwart, zwart met tan, wildkleur met
zwarte punten, grijs, grijs met zwart gevlekt.
Hoofd en schedel: Het hoofd is lang, met
platte schedel of slechts weinig gewelfde schedel. Stop is
niet erg duidelijk aangegeven. De snuit is lang, maar niet
smal of spits toelopend. Neusrug recht. Zwarte neus. De onderlip
hangt een weinig omlaag. De ogen zijn donker of in overeenstemming
met de kleur van de hond. De oren zijn hoog aangezet. Schaargebit.
Staart: Lang, tenminste tot aan de sprong
reikend. Laag gedragen. Hangt recht naar beneden, maar is
aan het einde iets gebogen.
Voeten: Klein en rond. Tenen goed gebogen.
Dikke voetzolen.
Beharing: Niet al te kort, meer dan 2 cm,
dik en stevig en glad aanliggend.
Schofthoogte: Reu 65 - 70 cm, Teef: 61 -
68 cm.
|
.jpg) |
|
|
Aard:
De hond is schrander, oplettend, actief, ntelligent en soms
eigenwijs en gehecht aan zijn baas en diens gezin; hij heeft
een zeer groot uithoudingsvermogen en is zeer waaks.
Verzorging:
De vacht van de Beauceron heeft niet veel verzorging nodig.
Zo nu en borstelen, met name in de ruiperiode, is voldoende.
|
|
Opvoeding:
Een consequent en liefdevolle opvoeding en veel beweging en
contact met zijn baasje zijn onontbeerlijk voor een evenwichtige
ontwikkeling van een jonge Beauceron. Wordt hem dat onthouden,
dan kan neurotisch of agressief gedrag het gevolg zijn. Laat
hem als pup op een positieve manier kennismaken met allerlei
mensen, dieren, dingen en situaties.
Sociale
aanleg:
Een goede gesocialiseerde
en opgevoede Beauceron gaat onder normale omstandigheden goed
om met kinderen, en ook andere honden en huisdieren zullen
dan geen probleem geven.
|
.jpg) |
.jpg) |
Beweging:
Dit ras neemt geen genoegen met driemaal daags een blokje om.
Maak regelmatig lange wandelingen, waarbij de hond zo nu en
dan de kans krijgt onaangelijnd te rennen en te spelen. Wanneer
u en de hond er plezier aan beleven, kunt u de hond een fly-ball
–of behendigheidscursus te laten volgen, al zal de Beauceron
in competitieverband voorbijgestreefd worden door andere, hiervoor
geschikte rassen. |
|
|