|
|
Rasbeschrijving:
De Basenji stamt uit Egypte. De naam "basenji" betekent
zoiets als "bosding". Waarschijnlijk zijn de voorouders
van dit ras reeds duizenden jaren oud, omdat dergelijk honden
voorkomen op afbeeldingen in de Farao-graven. Daarna zijn
dergelijke honden verdwenen en in 1895 weer ontdekt door een
Engelse onderzoeker in Kongo. Hij nam een exemplaar mee naar
Engeland. Pas in 1937 kreeg het ras vaste voet aan de grond.
Koningin Juliana had ook een Basenji, genaamd Zarah. Overigens
wordt het ras in Zaire gebruikt voor de jacht en helpt hij
mee bij het uitroeien van de moerasrat. Het ras kan niet blaffen,
maar stoot een soort gehuil uit.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
De Basenji is een middelgrote, keesachtige hond met
strakke en oplettende houding. Het is een lichtgebouwde hond
met fijn geraamte. Ten opzichte van zijn lengte staat het
dier hoog op de benen. Het lichaam is kort met diepe, tamelijk
brede borst. Goed gewelfde ribben. De rug is kort en recht.
Buik goed opgetrokken. Lange benen met licht bot. Lange en
sterke hals.
Kleur: Lichtrood, zwart met roodbruine aftekeningen.
Altijd witte borstvlek. Witte voeten en staartpunt.
Hoofd en schedel: Het hoofd wordt hoog gedragen.
De schedel is vlak. Karakteristiek zijn de rimpels die de
hond een verbaasde uitdrukking geven. De schedel is niet te
breed en versmalt naar de neus toe, weinig stop. Donkere ogen
met een ondoorgrondelijke uitdrukking. De oren zijn klein,
dun en staan rechtop. Schaargebit.
Staart: Hoog aangezet en in een stevige krul
over de rug gedragen.
Voeten: Klein en smal. Flinke voetzolen en
goed gebogen tenen.
Beharing: Kort, glad en fijn.
Schofthoogte: Reu: 43, Teef: 40 cm. Afwijkingen
van enkele centimeters wordt niet zwaar aangerekend mits de
hond harmonisch gebouwd blijft
|
.jpg) |
|
|
Aard:
De Basenji is een eigenwijze, nieuwsgierige, zelfstandige
hond, die ook zeer aanhankelijk is naar zijn roedelgenoten
(zowel mens als dier).
De jachtpassie is nog zeer nadrukkelijk aanwezig. Hierdoor
is hij niet geschikt om los te laten lopen binnen het gangbare
verkeer.
De Basenji wordt ook wel een katachtige hond genoemd. Hij
heeft nl. geen lichaamsgeur, houdt niet van water, likt zich
schoon en speelt als een kat. Ook bekijkt hij het leven graag
vanaf hoogten. Zo ligt hij het liefst op een bank/stoel of
in het raamkozijn.
Dat een Basenji niet een hond is als anderen, blijkt uit het
vorenstaande. Maar de grootste bijzonderheid van een Basenji
is nog wel het feit dat hij niet blaft. Wel kan hij veel andere
geluiden maken. Onder andere een soort 'jodel'. Dit geluid
is bijna niet te omschrijven, maar klinkt ongeveer als het
huilen van een wolf, maar dan met meerdere toonhoogten. Een
Basenji laat dit geluid horen als hij blij is.
Beweging:
De Basenji is onvermoeibaar en heeft veel lichaamsbeweging
nodig.
|
|
Opvoeding:
Hij heeft een zeer consequente opvoeding nodig, waarbij hem
duidelijk moet worden gemaakt wie de baas is. Deze opvoeding
wordt in het begin gedaan door de fokker, maar moet daarna
ook zeer strikt worden doorgezet door zijn nieuwe eigenaar.
De Basenji is geen slaafse hond. Hij ziet zijn eigenaar meer
als zijn 'gelijke' dan als zijn baas!
De Basenji heeft veel beweging nodig. Loslopen kan eigenlijk
alleen op 'veilig' terrein. Dit betekent een terrein dat omheind
is d.m.v. een hek of brede sloot. Verder is het goed mogelijk
om met een Basenji te gaan fietsen. Hierdoor wordt zijn conditie
goed op peil gehouden en kan hij zijn energie kwijt.
Als een Basenji genoeg beweging krijgt met voldoende 'uitdagingen',
is hij binnen rustig. Ook is het dan geen probleem om hem
een paar uur alleen thuis te laten. Overigens is het geen
hond die alle dagen gedurende de hele week alleen thuis wil
blijven (maar welke hond wél ?)
Gebruik:
Gezelschapshond.
|
.jpg)
|
|
|