|
|
Rasbeschrijving:
De Akita Inu behoort tot de
zeer oude Japanse rassen. Afbeeldingen van dergelijke honden
komen al voor op reliefafbeeldingen van 2000 v.C. Het ras
werd gefokt als jager op wilde zwijnen, herten en zelfs op
de zwarte beer. De oorspronkelijke Japanse Honden waren klein
en er bestonden geen grote rassen. De Shiba Inu is de kleinste
van de Japanse rassen, terwijl de Akita Inu de grootste van
de groep is. Inu betekent "hond". Waarschijnlijk
werd de hond die rond 1630-1870 oorspronkelijk gefokt werd
door de Satake Clan in het Akita gebied gekruist met een Mastiff
die eigendom was van een ingenieur in de mijnbouw en een Tosa.
Hierdoor verloren de toenmalige Akita's hun opstaande oren
die tot dan toe karakteristiek waren voor het ras. Na 1908
werd de Akita geliefd bij professoren en de meer geschoolde
mensen. Er gaat een verhaal over "Hachiko", de hond
van een professor aan de universiteit van Tokyo, die de trouw
en zelfstandigheid van dit ras illustreert. Het verhaal vertelt
dat de hond trouw bleef wachten op zijn baas, die hij normaal
van het station ophaalde. Toen de professor op een dag niet
meer op het station aankwam omdat hij was overleden, bleef
de hond tot aan zijn eigen dood naar het station komen om
zijn baas op te wachten.
In 1919 werd een wet aangenomen die
bedoeld was om nationaal erfgoed te beschermen. Doordat liefhebbers
van het ras het ras wilden verbeteren, werden in 1931 negen
uitermate goede honden uitgeroepen als nationaal erfgoed.
Nadien werd het ras enorm populair. Tegen het einde van de
Tweede Wereldoorlog werden pogingen ondernomen om de kenmerken
van de Mastiff en andere rassen weg te fokken en werd getracht
een zuivere Akita terug te fokken. Begin jaren zestig verschijnen
de eerste Akita's in Europa.
Nu wordt de Akita Inu gewaardeerd als
waakhond. De Akita Inu imponeert door zijn beweeglijkheid,
en krachtig voorkomen. Zijn karakter is gelijkmatig.
|
|
Kenmerken:
Algemeen:
De Akita is een grote hond, stevig gebouwd, goed in proportie
en met veel massa. De sexe gebonden kenmerken zijn duidelijk
aanwezig. De schofthoogte verhoudt zich 10 tot 11 ten opzichte
van de lengte van het lichaan. Overigens is het lichaam van
de teven iets langer dan dat van de reuen. De borst is diep,
voorborst goed ontwikkeld. Ribben matig gewelfd. De buik is
goed opgetrokken. Kruis is breed en bespierd. De rug is sterk
en recht. De schouders zijn matig gehoekt en ontwikkeld. De
schouders zijn goed aangesloten. De voorbenen zijn recht en
van zwaar bone. De achterbenen zijn goed ontwikkeld, sterk
en matig gehoekt. De nek is dik en gespierd, zonder keelhuid
en goed in balans met het hoofd.
Kleur: Roodachtig bruin (rood fawn), sesam
(roodachtig bruin haar met zwarte punten), gestroomd en wit.
Alle kleuren, behalve wit moet gepaard gaan met "urajiro"
(witachtige vacht op de zijkant van de snuit, op de wangen,
de onderzijde van de kaken, van de borst, van het lichaam
en van de staart en aan de binnenkant van de benen).
Hoofd en schedel: Het hoofd is goed in proportie
met het lichaam. Het voorhoofd is breed met duidelijke groef.
Geen rimpels. Aangegeven stop. De snuit is middelmatig lang,
en sterk met een brede basis, iets toelopend maar niet spits.
Neusrug is recht. De neus is groot en zwart. Bij een witte
vacht is een rooskleurige neus toegestaan. De wangen zijn
middelmatig ontwikkeld. De tanden zijn sterk. Schaargebit.
De ogen zijn relatief klein, bijna driehoekig van vormdoordat
de buitenste ooghoek iets omhoog oploopt. De ogen zijn middelmatig
uit elkaar geplaatst en donker bruin van kleur (hoe donkerder
hoe beter). de oren zijn relatief klein, dik, driehoekig en
iets afgerond aan de tippen. De oren staan middelmatig ver
uit elkaar, stan rechtop en wijzen naar voren.
Staart: Hoog aangezet, dik, stevig gekruld
over de rug gedragen. Wanneer de staart zou hangen reikt de
punt tot aan het spronggewicht.
Voeten: Stevig, rond, gewelfd en goed aaneengesloten
(kattenvoeten)
Beharing: Bovenvacht is hard en recht, de
ondervacht is zacht, wollig en dicht. De schoft en het lichaam
is bedekt met iets langer haar. Het haar op de staart is langer
dan op de rest van het lichaam.
Schofthoogte: De
reuen mogen een schouderhoogte hebben van 64 tot 70 cm hebben,
bij teven varieert deze hoogte van 58 tot 64 cm.
|
|
|
|
Aard:
Zelfbewust, onafhankelijk, waaks, evenwichtig, groot jachtinstinct,
intelligent, vriendelijk. De Akita Inu is een fijne hond voor
zijn menselijke huisgenoten; over het algemeen zijn ze afstandelijk
tegenover vreemden, waarbij hij hun gedragingen nauwlettend
in de gaten zal houden. Ook met kinderen kan hij het meestal
goed vinden. De honden van dit ras zijn geen blaffers. De
Akita kan tegenover soortgenoten dominant zijn, leer ze daarom
ook vroeg om met soortgenoten te wennen, om te gaan zodat
dat later geen problemen geeft.
Beweging:
De Akita Inu is een hond die veel beweging nodig heeft. Sommige
Akita's zijn uitstekende zwemmers.
|
|
Opvoeding:
.de opvoeding van de Akita moet duidelijk en consequent gebeuren,
met veel geduld. Enig fysiek overwicht is noodzakelijk, maar
een (te) harde opvoeding heeft een averechts effect.
Sociale aanleg:
In de omgang met volwassenen
is hij vriendelijk, maar afstandelijk tegen vreemden. Hij
heeft graag gezelschap, maar dringt zich niet op. In omgang
met kinderen is hij goed. Kinderen natuurlijk nooit alleen
laten met een hond.
.
|
.jpg) |
|
|